Terug naar de essays

Ik zette het uit. En toen weer aan.

Wat de natuur ons leert over schijnbare tegenstellingen

Door Walter Vandervelde10 min leestijd

Read this essay in English

Het was een ongelooflijke reis geweest. Mijn vrouw en ik hadden wekenlang door West-Canada getrokken, van landschappen waarin je je als mens heerlijk klein voelt naar plekken waar je eigenlijk nog wat langer had willen blijven. Bergen, bossen, meren. Zoveel gezien, zoveel onderweg geweest. En nu waren we in Vancouver, onze laatste halte voor de terugvlucht.

Er wachtte ons een lange, vermoeiende reis naar huis. Nog één keer goed slapen, daar waren we allebei aan toe. Uitgerust vertrekken zou het afscheid van Canada misschien niet gemakkelijker maken, maar de uren in het vliegtuig wel draaglijker.

Alleen lag ons hotel tussen twee drukke autowegen.

De ramen waren dicht. Ze leken behoorlijk geïsoleerd. Toch bleef het verkeer duidelijk hoorbaar: een auto die naderde, voorbijreed, wegstierf. En dan de volgende. Het soort geluid waaraan je overdag nauwelijks aandacht schenkt, maar dat zich nadrukkelijk meldt zodra je wilt slapen. Vancouver was kennelijk nog lang niet van plan om samen met ons de ogen te sluiten.

In de kamer stond een apparaat dat ik niet kende. Een soort kleine luidspreker. Er kwam alleen geen muziek uit. Toen ik het aanzette, hoorde ik een onafgebroken, monotoon geruis.

Dat moest ons helpen slapen.

Ik vond het een merkwaardig voorstel. We hadden last van geluid. De oplossing was blijkbaar: nog meer geluid. Ik probeerde het even, ergerde me aan het geruis en zette het apparaat weer uit.

Daar waren de auto’s weer.

Na een tijdje zette ik het opnieuw aan. Het geruis was nog steeds aanwezig, maar geleidelijk begon ik eraan te wennen. Uiteindelijk viel ik in slaap. En ik sliep goed.

Achteraf bleef juist dat kleine voorval hangen. Tussen alle indrukwekkende herinneringen aan Canada had ook een ruisend kastje een plaats veroverd. Ik had stilte gezocht. Wat ik nodig had, was rust. Blijkbaar waren die twee niet helemaal hetzelfde.

Vermoedelijk maakte het gelijkmatige geruis de voorbijrijdende auto’s minder opvallend. Het verkeer verdween niet; het stak minder scherp af tegen de achtergrond. Geluidsmaskering heet dat. Een kleine studie in een lawaaierige stedelijke omgeving vond dat witte ruis de slaap kon verbeteren. Daarmee weten we nog niet wat bij mij precies werkte, maar het maakt de ervaring minder onverklaarbaar. [1]

De vraag die ze bij me opriep, ging verder: hoe vaak schrijven we iets af als een deel van het probleem, terwijl het onder andere omstandigheden ook kan bijdragen aan de oplossing?

Voor een verrassend antwoord moeten we het hotel verlaten. En onder water gaan.

Een onverwachte bondgenoot

Stel je een vis voor die door het water zwemt, op zoek naar piepkleine prooidiertjes. De Amerikaanse lepelsteur heeft daarvoor een merkwaardig instrument: een lange, lepelvormige snuit, uitgerust met zintuigen die zwakke elektrische signalen kunnen waarnemen. Ook kleine prooien geven zulke signalen af.

Alleen: sommige zijn te zwak om op te merken. Ze blijven onder de detectiedrempel. Zoals iemand die zo zacht op de deur klopt dat je niet opstaat.

Wat zou je doen om de vis te helpen? Storingen wegnemen, zou mijn eerste gedachte zijn. Zorgen dat niets dat zwakke signaal in de weg zit.

Onderzoekers deden iets wat daar dwars tegenin lijkt te gaan. Ze voegden elektrische ruis toe aan het water. En bij een geschikte hoeveelheid kon de lepelsteur prooien over een groter bereik detecteren. [2]

Hoe kan dat? De ruis veroorzaakt kleine schommelingen. Sommige daarvan geven het zwakke signaal net genoeg extra kracht om de detectiedrempel te overschrijden. Het zachte klopje krijgt als het ware af en toe een duwtje mee. Te veel ruis helpt niet: dan raakt het signaal opnieuw moeilijk te onderscheiden.

Schema waarin een zwak prooisignaal onder de detectiedrempel blijft, terwijl hetzelfde signaal met een geschikte hoeveelheid ruis de drempel kan overschrijden.
Vereenvoudigd principe, geen meetgegevens. Een geschikte hoeveelheid ruis kan een zwak signaal boven een detectiedrempel helpen.

Dit is niet wat er in onze hotelkamer gebeurde. Daar hielp ruis vermoedelijk om iets minder te horen. Hier helpt ze om iets beter waar te nemen. Twee verschillende mechanismen, met dezelfde uitnodiging om onze eerste reactie te herzien: is ruis altijd een vijand?

Nog geen wederzijdse versterking van twee polen, dus. Wel een opening. Een eigenschap krijgt betekenis door de omstandigheden waarin ze werkt. Wie dat begint te zien, kijkt ook anders naar een schelp.

De kracht van een zwakke verbinding

Een schelp lijkt een overtuigend pleidooi voor hardheid. Wie zijn kwetsbare lichaam wil beschermen, kan maar beter een stevige buitenkant hebben.

Maar denk even aan een bord dat uit je handen glipt. Zolang je het vasthoudt, voelt het stevig en onverzettelijk. Op de keukenvloer blijkt hoe weinig dat zegt over zijn vermogen om een klap te overleven. Hard kan ook bros zijn.

Een schelpdier heeft dus een lastige opdracht: bescherming opbouwen die weerstand biedt, zonder bij belasting gemakkelijk te barsten.

Parelmoer, de glanzende binnenlaag van bepaalde schelpen, laat zien hoe dat kan. Onder de microscoop verschijnt een structuur van harde minerale plaatjes met dunne organische verbindingen ertussen. Stel je een piepklein metselwerk voor, met stevige stenen en voegen die een beetje kunnen meegeven.

Nu ontstaat er ergens een scheur.

In een bros blok kan die verder door het materiaal lopen. In parelmoer ontmoet ze verbindingen waarlangs ze kan afbuigen. De plaatjes kunnen bovendien een beetje ten opzichte van elkaar bewegen. Dat helpt energie opvangen en bemoeilijkt de verdere breuk. Onderzoek aan drie soorten parelmoer wees juist die relatief zwakke verbindingen aan als een belangrijk onderdeel van de breukbestendigheid. [3]

Vergelijking tussen een scheur die door bros mineraal loopt en een scheur die wordt afgebogen door de gelaagde structuur van parelmoer.
Vereenvoudigde doorsnede. De harde plaatjes dragen; de verbindingen laten beweging en afbuiging van scheuren toe.

Dat vind ik een prachtige gedachte. Wat je afzonderlijk als een zwakte zou kunnen beschouwen, helpt het geheel standhouden.

De harde plaatjes worden daardoor niet zachter, en de meegevende verbindingen hoeven geen harde plaatjes te worden. Hun verschillende eigenschappen blijven nodig. De manier waarop ze met elkaar verbonden zijn, maakt een beschermend geheel mogelijk.

Ik denk dan onvermijdelijk aan organisaties die sterker proberen te worden door alles strakker vast te zetten. Meer regels, meer controle, minder speelruimte. Soms is stevigheid nodig. Maar waar zitten de verbindingen die kunnen meegeven voordat iets breekt? Welke ruimte helpt mensen om hun engagement vol te houden wanneer de druk toeneemt?

Een schelp geeft ons daar geen managementadvies over. Ze maakt de vraag wel moeilijker te negeren.

Even stoppen om verder te kunnen

Van een schelp naar een bacteriekolonie lijkt een grote sprong. Toch treffen we er een herkenbaar probleem aan: wat aan de buitenkant goed gaat, kan binnenin problemen veroorzaken.

De bacterie Bacillus subtilis kan leven in een aaneengesloten gemeenschap, een biofilm. De cellen aan de buitenkant zitten gunstig voor de aanvoer van voedingsstoffen. Zij kunnen als eerste gebruiken wat binnenkomt. De cellen in het centrum moeten het doen met wat hen nog bereikt.

Die buitenkant is tegelijk een bescherming. De binnenste cellen liggen er beschut achter. Maar als de cellen aan de rand te veel voeding verbruiken, dreigt het centrum tekort te komen. De beschermende laag wordt dan ook een obstakel.

Je kunt je voorstellen dat nog harder groeien dit probleem niet vanzelf oplost.

Onderzoekers ontdekten iets anders: de groei vertoonde een ritme. De stofwisseling van de buitenste en binnenste cellen bleek zo met elkaar verbonden dat de groei periodiek stilviel. Tijdens die pauzes kon meer voeding de beschutte cellen bereiken. Bij een chemische aanval hielp dat ritme de gemeenschap overleven. [4]

Schema van een bacteriële biofilm waarin groei aan de buitenrand afwisselt met een pauze waardoor meer voeding het centrum bereikt.
Vereenvoudigd schema. Tijdelijke groeipauzes laten meer voeding doordringen tot de beschermde binnenste cellen.

Er is geen bacterie die een vergadering bijeenroept en zegt dat het centrum ook iets moet krijgen. Het ritme ontstaat uit hun onderlinge afhankelijkheid. Juist dat maakt het zo interessant: de relatie tussen de delen brengt een afstemming voort die voor hun voortbestaan van belang is.

Groei en bescherming worden hier niet allebei maximaal. Wel wordt voorkomen dat de ene noodzakelijke functie de andere ondermijnt.

Misschien herken ik dit ook omdat we tijdens onze reis veel onderweg waren geweest. Je wilt verder, nog iets zien, nog ergens naartoe. Maar om van een reis te blijven genieten, moet er ook ruimte zijn om op adem te komen. Dat is een menselijke associatie, geen biologische conclusie. Ze helpt me wel begrijpen waarom een pauze meer kan zijn dan verloren tijd.

Soms zoeken we naar een evenwicht waarin alles tegelijk moet gebeuren. Een bacteriekolonie laat een andere mogelijkheid zien: een ritme waarin verschillende behoeften aan bod komen.

Wat de ander krijgt, doet ertoe

Onder onze voeten speelt zich intussen nog een ander verhaal af. Rond plantenwortels leven schimmels die minerale voedingsstoffen uit de bodem kunnen leveren. De plant kan iets aanbieden waar de schimmel baat bij heeft: koolstofverbindingen, gemaakt met behulp van zonlicht.

Het klinkt als een mooie ruil. Jij hebt iets wat ik nodig heb. Ik heb iets wat jij nodig hebt.

Maar daarmee is samenwerking nog niet verzekerd. Alles afstaan zou voor geen van beide een goede zaak zijn. En waarom blijven investeren in een partner die weinig teruglevert?

Onderzoekers ontdekten dat planten en mycorrhizaschimmels de uitwisseling van beide kanten kunnen bijsturen. Planten gaven meer koolhydraten aan schimmelpartners die beter leverden. Schimmels leverden op hun beurt meer aan wortels waarvan ze meer koolhydraten ontvingen. [5]

Schema van de wederzijdse uitwisseling tussen een plant en een mycorrhizaschimmel: koolstofverbindingen in de ene richting en minerale voedingsstoffen in de andere.
Vereenvoudigd schema van wederkerigheid. Het gaat om biologische reacties, niet om bewuste onderhandelingen.

Hier hoeven we geen ondergronds sprookje van te maken, waarin iedereen belangeloos voor iedereen zorgt. Wat er werkelijk gebeurt, vind ik minstens zo boeiend. De partners kunnen reageren op wat ze van elkaar ontvangen. Daardoor kan bijdragen aan de ander ook de eigen toegang tot noodzakelijke middelen ondersteunen.

De spanning zit hier tussen eigenbelang en wederzijds belang. Plant en schimmel zijn zelf geen tegenpolen. Hun behoeften verschillen en hun belangen vallen niet volledig samen. Toch kan de uitwisseling zo verlopen dat beide ervan profiteren.

Dat brengt mij bij een vraag die ook boven de grond relevant is: hoe maken we samenwerken zo zinvol dat mensen er hun eigen toekomst mee kunnen versterken? Dan krijgt wederkerigheid een concrete basis. De verbinding blijft waardevol omdat beide kanten er iets wezenlijks in vinden.

Opnieuw aanzetten

Dit is wat mij aantrekt in biomimicry: nauwkeurig kijken hoe het leven met uitdagingen omgaat, en onderzoeken welke principes ons kunnen inspireren. De natuur biedt daarvoor veel meer dan mooie vormen. Ze laat verbindingen zien, ritmes en manieren van uitwisselen.

Ze kent ook concurrentie, uitbuiting en mislukking. We kunnen er geen morele handleiding uit afleiden. Maar we kunnen wel leren aandachtiger te kijken naar situaties waarin verschillende eigenschappen samen iets mogelijk maken.

Daar ontmoet biomimicry voor mij Synergetic Thinking. Bij parelmoer doet de verbinding tussen hard en meegevend ertoe. Bij bacteriën helpt een ritme botsende behoeften verzoenen. Bij planten en schimmels houdt wederzijdse beïnvloeding de uitwisseling gaande. Het zijn verschillende aanknopingspunten om spanning om te zetten in blijvende waarde.

Voordat we een tegenkracht proberen weg te werken, kunnen we dus even stilstaan. Wat draagt ze bij? Onder welke omstandigheden wordt die bijdrage waardevol? Wat kunnen we veranderen aan de manier waarop beide kanten samenkomen?

Ik moest daarvoor blijkbaar eerst naar de andere kant van de wereld reizen, om in een hotelkamer een apparaat aan te zetten, het geïrriteerd weer uit te zetten en het daarna nog een kans te geven.

Buiten bleven de auto’s rijden. Binnen viel ik in slaap.

Bronnen

De biologische bevindingen komen uit de genoemde publicaties. De verbinding met Synergetic Thinking is een interpretatie ter inspiratie, geen conclusie die in die studies zelf is onderzocht.

Volg de ontwikkeling

Synergetic Thinking is een groeiend werk in ontwikkeling. Je bent van harte uitgenodigd om die ontwikkeling te volgen, of eraan mee te werken.

Denk mee