Alles mag. En nu?
Over een wit blad, een stift en de ruimte om zelf een weg te vinden
De eerste les van een nieuw academiejaar heeft altijd iets aftastends. De studenten van Idea & Innovation Management kennen mij nog niet, en ik ken hen nog niet. Voor ons ligt een opleiding waarin ze voortdurend ideeën zullen moeten bedenken, onderzoeken en uitwerken. Maar voor ik het over technieken of processen heb, wil ik weten wat ze zelf onder creativiteit verstaan.
Dus begin ik met vragen. Wie vinden zij een creatief persoon? Leonardo da Vinci, Jay-Z en Elon Musk worden genoemd. Samen zouden ze een merkwaardig projectteam vormen, maar in de hoofden van mijn studenten passen ze kennelijk prima onder hetzelfde woord. Dan zegt iemand: ‘Mijn moeder.’ Dat antwoord vind ik minstens even interessant. Creativiteit hoeft niet altijd in een museum te hangen, op een podium te staan of een raket te lanceren. Soms staat ze gewoon thuis in de keuken. Daarna vraag ik hoe ze creativiteit zouden omschrijven. De antwoorden verschillen, en juist daardoor begint het gesprek vorm te krijgen.
Vervolgens stel ik een vraag die dichterbij komt: wat houdt jou tegen om creatief te zijn? Dan hoor ik bijna ieder jaar ook: ‘Wanneer ik geen vrijheid krijg.’
Ik begrijp dat antwoord. Wie wil er ideeën bedenken als op voorhand al vastligt wat wel en niet mag? Toch gebeurt er dan soms iets wat de student in kwestie vermoedelijk niet had zien aankomen. Ik geef die persoon een wit blad en een stift.
‘Goed,’ zeg ik. ‘Hier is je kans. Wees creatief. Ik leg je geen enkele beperking op.’
Dan valt er meestal een stilte. Het blad ligt klaar, de stift ook, maar waar begin je? Ik geef geen onderwerp, geen doel, geen publiek en zelfs geen hint over wat voor soort idee ik verwacht. Alles mag, en precies daardoor lijkt plots niets zich aan te dienen.
Ik weet dat ik een beetje vals speel. Iemand onverwacht, midden in een eerste les en voor een groep medestudenten, vragen om ter plekke iets creatiefs te doen: dat is geen eerlijke test. De stilte bewijst niet dat die student zonder beperkingen niet creatief kan zijn. Maar ze maakt wel iets voelbaar wat we gemakkelijk vergeten wanneer we over creatieve vrijheid spreken. Een lege ruimte geeft je nog geen richting.
Het probleem met het witte blad
Op het eerste gezicht lijkt zo’n blad het ideale vertrekpunt. Er staat nog niets op dat je moet behouden, verbeteren of gehoorzamen. Je kunt tekenen, schrijven, een schema maken, een verhaal verzinnen of iets doen wat in geen van die categorieën past.
Tegelijk moet je al die mogelijkheden zelf overzien. Voor je iets kunt maken, moet je beslissen wát je wilt maken en waarom. Zelfs de eerste streep vraagt een keuze, en met die keuze verdwijnen talloze andere mogelijkheden naar de achtergrond. De opdracht ‘wees creatief’ klinkt bevrijdend, maar laat het lastigste werk volledig bij degene die moet beginnen.
Dat herken ik uit mijn vroegere werk als grafisch ontwerper. Geef mij een concrete uitdaging en mijn gedachten komen op gang. Vertel me voor wie ik iets maak, welke boodschap moet overkomen en welke middelen ik heb. Zelfs als die middelen schaars zijn, heb ik iets om mee te werken. Geef mij daarentegen enkel de opdracht om ‘iets origineels’ te maken, en ook ik kan lang naar een wit blad blijven kijken.
Een beperking kan dan als vertrekpunt dienen. Stel dat de opdracht luidt: maak een uitnodiging voor een buurtfeest, maar gebruik alleen woorden en één kleur. Meteen kan ik me afvragen wie de uitnodiging zal lezen en wat hen nieuwsgierig zou maken. Ik kan met toon, ritme, typografie en die ene kleur spelen. Er zijn minder mogelijkheden dan op het volledig lege blad, maar ik kan ze beter zien.
Wat een beperking in beweging zet
Toen ik in 2018 When the Box is the Limit schreef, wilde ik onderzoeken wat beperkingen met onze creativiteit kunnen doen. Ze kunnen onze aandacht richten, ons anders laten kijken naar wat we al hebben en vertrouwde oplossingen minder vanzelfsprekend maken. Soms begint een idee juist op het moment dat een voor de hand liggende weg afgesloten blijkt. [1]
Ik kende dat uit mijn werk als ontwerper. Een klant kon veel impact verwachten met weinig budget. Dan was een dure fotoshoot misschien geen optie. Natuurlijk kun je wensen dat er meer geld is, maar op een bepaald moment moet je met de beschikbare middelen verder. Wat als het beeld niet het belangrijkste onderdeel van de boodschap hoeft te zijn? Misschien kunnen enkele goed gekozen woorden en sterke typografie meer doen dan een foto.
De beperking bedenkt die oplossing niet voor je. Ze zorgt er wel voor dat je een vraag stelt die anders misschien niet was opgekomen. Waar je eerst dacht aan wat je niet kunt gebruiken, begin je te onderzoeken wat het beschikbare materiaal eigenlijk allemaal kan.
Ook in de muziek vind je zulke voorbeelden. Igor Stravinsky schreef zijn Serenade in A voor piano met een technische grens in gedachten: elk van de vier delen moest op één kant van een 78-toerenplaat passen. De beschikbare speelduur bepaalde mee de vorm van het werk, maar schreef de noten niet voor. Binnen die begrensde tijd moest Stravinsky nog altijd zelf muziek maken. [2]
Dat is een belangrijk onderscheid. Een beperking kan een uitdaging afbakenen zonder de creatieve keuzes al in te vullen. Ze kan zeggen: dit is de ruimte waarmee je werkt. Wat er binnen die ruimte gebeurt, ligt nog open.
Wanneer de grens een muur wordt
Mijn studenten hebben natuurlijk gelijk wanneer ze om vrijheid vragen. Stel dat ik hen vraag een oplossing te bedenken voor voedselverspilling bij studenten. Maar tegelijk beslis ik al dat het een app moet worden, welke functies die krijgt en hoe ze het concept moeten voorstellen. Dan onderzoeken ze het vraagstuk niet meer echt en ontwikkelen ze vooral mijn idee. De opdracht heeft grenzen, maar biedt hun nauwelijks ruimte om zelf iets te ontdekken.
Ook tijd laat zien hoe verschillend een beperking kan uitwerken. Een deadline kan je helpen om keuzes te maken en eindelijk te beginnen. Maar wie ooit langdurig onder hoge druk heeft gewerkt, weet hoe weinig ruimte er dan overblijft om een gedachte rustig te onderzoeken of een minder voor de hand liggende weg te proberen. Onderzoek bij medewerkers die aan creatieve projecten werkten, vond een verband tussen ervaren tijdsdruk en minder creatief denkwerk, vooral bij zeer hoge druk. [3]
Het gaat dus niet eenvoudigweg om de juiste hoeveelheid beperkingen. De aard ervan doet ertoe, net als de omstandigheden waarin iemand ermee moet werken. Onderzoek bij vier onderzoeks- en ontwikkelingsteams liet zien dat beperkingen creativiteit zowel konden ondersteunen als hinderen. De dynamiek binnen de teams speelde daarbij een belangrijke rol: zij beïnvloedde hoe mensen de beperkingen begrepen en erop reageerden. [4]
Daar denk ik nu misschien nog meer over na dan toen ik mijn boek schreef. Een docent kan een beperking als een interessante prikkel bedoelen, terwijl een student haar vooral als controle ervaart. Een leidinggevende kan vragen om ‘creatief om te gaan met weinig middelen’, terwijl een team al maanden probeert goed werk te leveren zonder voldoende tijd of mensen. Voor wie de gevolgen draagt, klinkt een pleidooi voor beperkingen dan al snel goedkoop.
Sommige grenzen dagen ons uit. Andere maken goed werk onmogelijk. Het vraagt aandacht om het verschil te blijven zien, en soms ook de bereidheid om een beperking ter discussie te stellen.
Richting én zeggenschap
Gaandeweg ben ik vrijheid en beperking minder als twee hoeveelheden gaan zien. Je kunt er niet simpelweg van elk wat nemen en erop vertrouwen dat creativiteit vanzelf verschijnt. Wat telt, is hoe ze op elkaar inwerken.
Een duidelijke uitdaging kan iemand helpen zijn vrijheid te gebruiken. Ze geeft richting: dit proberen we te bereiken, voor deze mensen, met deze middelen. Autonomie maakt vervolgens ruimte om te zoeken naar een aanpak die niemand vooraf had bedacht. Misschien gebruikt iemand de middelen anders dan verwacht. Misschien blijkt zelfs dat een grens die iedereen als vast beschouwde, helemaal niet vast hoeft te zijn.
Zo kunnen beide krachten elkaar ondersteunen. Zonder enige richting wordt vrijheid soms overweldigend. Zonder vrijheid wordt richting al snel een voorschrift. Maar samen kunnen ze een situatie scheppen waarin iemand weet waaraan hij werkt en tegelijk iets eigens kan toevoegen.
Ook binnen één creatief proces verandert die verhouding. Aan het begin kan een scherpe vraag helpen om in beweging te komen. Tijdens het verkennen van ideeën is er misschien juist meer ruimte nodig om af te dwalen, te combineren en de oorspronkelijke vraag te herzien. Later helpen budget, vorm of tijd opnieuw om uit alle mogelijkheden iets te kiezen en het werkelijk te maken. Je hoeft die verhouding dus niet één keer juist vast te leggen. Je moet blijven kijken wat het werk op dat moment nodig heeft.
Nog eens dat witte blad
Ik denk weleens dat ik mijn studenten na mijn kleine provocatie een tweede kans zou moeten geven. Hetzelfde blad, dezelfde stift, maar nu met één extra zin: ‘Maak in vijf minuten iets dat iemand anders in deze klas aan het lachen brengt. Hoe je dat doet, bepaal je zelf.’
Ik weet niet wat er dan zou ontstaan. Misschien een tekening, misschien één rake zin, misschien iets waar ik nooit op was gekomen. De opdracht biedt geen garantie op een goed idee. Ze geeft wel een reden om te beginnen, terwijl de student zelf mag ontdekken wat hij met die reden doet.
Heeft creativiteit grenzen nodig? Soms wel. Maar evenzeer heeft ze ruimte nodig om binnen die grenzen te bewegen, ze te verleggen of te zeggen dat ze hun nut hebben verloren. Een grens kan het begin van een idee zijn. Zodra ze ook het einde ervan bepaalt, is het tijd om opnieuw te kijken.
Het witte blad is dan nog altijd wit. Alleen hoef je niet meer alle kanten tegelijk op.
Bronnen
- [1] Walter Vandervelde, When the Box is the Limit: Drive Your Creativity with Constraints, BIS Publishers, 2018, met name pp. 25–28.
- [2] Boosey & Hawkes, toelichting bij Stravinsky’s Serenade in A.
- [3] Teresa M. Amabile e.a. (2002), ‘Time Pressure and Creativity in Organizations: A Longitudinal Field Study’, Harvard Business School Working Paper 02-073.
- [4] Brent D. Rosso (2014), ‘Creativity and Constraints: Exploring the Role of Constraints in the Creative Processes of Research and Development Teams’, Organization Studies, 35(4), 551–585.
De klaservaring en het ontwerpwerk zijn persoonlijke ervaringen. De verbinding ervan met het bredere denken over tegenstellingen is mijn interpretatie.